2 november

"A blessing from Shiva"

Iets buiten Udaipur ligt Eklingi. De Maharana van Udaipur heeft daar een eigen tempel, die het bekijken waard is. We komen er wat laat aan, net tegen de tijd dat de tempel sluit voor publiek. De chauffeur zegt dat we moeten opschieten. Nog voor we het in de gaten hebben heeft de aalgladde gids Sanjay zich al aan ons opgedrongen, en zie daar maar weer vanaf te komen.
Sanjay leidt ons in sneltreinvaart door het tempelcomplex. Hij houdt zo nu en dan stil bij een van de 108 tempeltjes, doet zijn riedel, en beent weer verder. Het is duidelijk dat we er zo snel mogelijk weer uit moeten. Ineens hebben we allebei een bloemenkrans om en een gele stip op het voorhoofd. Alstublieft, met de 'blessing from Shiva'. En of we in ruil een pen hebben. De priester spaart kennelijk pennen. Veel hebben we er niet bij ons, maar hij kan er eentje krijgen. Na een kleine tien minuten staan we alweer buiten.

De tempel van Eklingi is geheel in marmer opgetrokken, en dat geldt ook voor de tempels van Nagda, die een paar kilometer ervandaan liggen. Het blijkt dat in het gebied veel marmer wordt gewonnen. Langs de weg naar Eklingi zijn tientallen groothandels in marmer. We zien ook veel vrachtwagens, te zwaar beladen met stapels marmeren platen, moeizaam de heuvels over rijden. En zo nu en dan zie je zo'n stapel langs de weg liggen. Dan is daar ooit een vrachtwagen omgevallen...

3 november

Paleis in, paleis uit

's Morgens bezoeken we het paleis van de Maharana's. Het wordt nog steeds bewoond door de huidige Maharana, maar het is gedeeltelijk opengesteld voor publiek. Hij kan ook wel wat missen, want het paleis is aan de grote kant: 450 meter lang.
Vandaag even geen gidsen; die praten te veel. Bovendien ga je dan uit beleefdheid toch luisteren, terwijl je eigenlijk rond wilt kijken. Door kleine gangetjes (pas op het hoofd!) lopen we in een vaste route van pracht naar praal met veel glas-in-lood, spiegeltjes en mozaïekjes. Het houdt ons een paar uur zoet.

We lunchen in Lake Palace, het andere paleis van de stad, en vooral het paleis waar Udaipur beroemd om is. Het ligt in het meer van Udaipur. We worden met een bootje naar het paleis gebracht, en als we daar aankomen worden we opgewacht door mannetjes die een parasol boven ons hoofd houden terwijl we naar de ingang lopen. Het paleis is omgebouwd tot hotel, waar vooral rijke Britten en Amerikanen overnachten. De lunch is redelijk, en naar Indiase begrippen zeer prijzig. Maar het gaat ons vooral om de lokatie. Vanaf onze tafel hebben we een prachtig zicht op Udaipur en het meer.
Omdat het in de afgelopen vijf jaar nogal weinig geregend heeft, is het meer half opgedroogd. Na de lunch laten we de boot dan ook voor wat die is, en lopen over de bodem van het meer terug.

In Udaipur nemen we een riksja naar ons hotel. De bestuurder heeft meer haast dan wij - hij rijdt zo hard dat het lijkt alsof we worden achtervolgd, en steeds bijna ingehaald worden omdat de riksja door een koe of olifant even niet verder kan. Als in een Indiana Jones-film. Maar dan anders.

Naar boven  Volgende