20 november

Met een bootje over de ganges

Om half zes in de morgen brengt een taxi ons van het hotel naar de Ganges. De stad is een beetje raar zo op de vroege morgen, want het is voor Indiase begrippen heel erg rustig op straat.
De taxi zet ons af bij een mannetje, die ons mee stuurt met een mannetje, die bij de boten aangekomen een mannetje roept om zijn boot naar de wal te roeien.

We beginnen bij Dasaswamedh Ghat, en varen eerst in zuidelijke richting met aan onze rechterkant de ghats, de trappen aan de oever. Het blijft voor ons westerlingen een wonderlijk fenomeen. Al dat volk dat zich wast in het smerige Gangeswater. En dan te bedenken dat een goede hindoe iedere ochtend drie keer kopje-onder gaat, om te besluiten met een slokje water uit de heilige rivier.
Als we bij het keerpunt aankomen begint het net licht genoeg te worden om foto's te nemen. Maar helaas zitten we nu verder van de ghats af, om niet tegen het verkeer in te varen van de bootjes die later zijn vertrokken.

Het keerpunt aan de noordkant is bij de plaats waar de hindoes zich laten cremeren. Als het nog niet duidelijk is, dan merk je hier toch echt dat Varanasi niet zomaar een stad is, maar de spirituele hoofdstad van India. Het is de droom van elke hindoe om hier, aan de Ganges, gecremeerd te worden. Families sparen hun hele leven voor het brandhout. Je mag niet zomaar je eigen hout meenenen; het mag alleen het hout zijn van de handelaar aan de ghat. En die heeft zijn prijzen aangepast aan het feit dat hij het monopolie heeft.
Als het hout op is, en het vuur uitgebrand, worden de resten de rivier in geschoven. Omdat veel mensen niet genoeg geld hebben om het hout te kunnen betalen dat nodig is om goed gecremeerd te worden, gaan er nogal veel onvolledig verbrande lichamen de Ganges in. Mensen die aan de pokken overleden zijn, of die stierven als gevolg van een slangen- of koeienbeet worden rein geacht, en hoeven niet gecremeerd te worden. De lichamen van die mensen gaan linea recta de Ganges in. Hetzelfde geldt voor doodgeboren kinderen en voor de 'Sadhu's' die je overal in India ziet lopen, priesterachtige figuren die afstand hebben gedaan van alles dat materieel is. Toch een rare gedachte, zeker als je langs zo'n crematieplaats vaart en vreemde pakketjes ziet ronddrijven.

's Middags slenteren we door de stad. Ook dan kom je de dood tegen. Geregeld komt er een plukje mensen voorbij die een lijk naar de ghat dragen. De lichamen zijn bedekt met een kleed waarvan de kleur verraadt of het gaat om een man of vrouw, of die jong of oud was, en getrouwd of niet.

Het zijn niet alleen mensen die naar Varanasi komen om te sterven. Er lopen in Varanasi meer koeien rond dan elders. Het schijnt dat Indiërs koeien die niet meer productief zijn naar Varanasi brengen. Opvallend is dat de koeien er ook veel groter lijken te zijn, met van die enorme horens. In de Chowk, de wijk achter de ghats, lopen we zo nu en dan een koe tegen het lijf die zo breed is als het smalle steegje. Zie daar maar eens langs te komen.

21 november

De fietsriksja

We zitten nu toch al zo'n drie weken in India, maar een fietsriksja hebben we tot dusver niet genomen. We hebben steeds gekozen voor het alternatief in de vorm van een motorriksja, die sneller en iets praktischer is. Maar de motorriksjas in Varanasi mogen niet in het centrum komen, zodat je aangewezen bent op de fietser. Rijden in zo'n riksja is best een belevenis. We zien hele gezinnen vervoerd worden per fietsriksja, maar wij passen eigenlijk net niet naast elkaar op het bankje. Eén van de vier billen zit net op de opstaande rand, niet heel erg comfortabel. Dat wordt helemaal gecompenseerd door de hoogte van de riksja. Je wordt eigenlijk door de stad getroond. Vanuit je riksja kan je het gekrioel van het verkeer overzien.

Tijdens onze eerste treinreis zaten we in een afgesloten compartiment met vier bedden, maar de trein van Varanasi naar Delhi is anders. We hebben bedden aan het gangpad, in de lengterichting. Deze bedjes hebben gordijntjes, waardoor we uiteindelijk meer privacy hebben. Enig minpuntje is dat het minder goed mogelijk is om de rugzakken vast te maken.

22 & 23 november

Tussenstop in Delhi

Voor de derde en laatste keer zijn we in Delhi. We bezoeken Connaught Place, waar we voor het eerst westerse winkels zien en de gezellig drukke wijk Paharganj. Eten doen we in het United Coffeehouse, een restaurant met een interieur dat doet denken aan een oud-Hollands draaiorgel: een hoge roccoco-ruimte, met kroonluchters en skai-leren bankjes.

Op naar Bombay.

Naar boven  Volgende