24 november

De bullet train naar Bombay

Het is een lange treinreis (1398 km) van Delhi naar Bombay. Deze trein rijdt een stuk sneller dan de andere treinen, gemiddeld zo'n tachtig kilometer per uur. Het heeft hem de bijnaam 'bullet train' opgeleverd.

Bij aankomst in Bombay komt de steward langs voor een fooitje. Een Indiër geeft hem vijftig roepies, en de twee Engelse dames in het compartiment volgen zijn voorbeeld. Wij geven er dertig, al is dat volgens Anja aan de hoge kant. Als de steward de gehele wagon gehad heeft komt hij terug, en geeft de Indiër zo'n 45 roepies wisselgeld terug. Een beetje beteuterd kijken de Engelsen ons aan. We kunnen er wel om lachen, het is een mooie truc.

Het is duidelijk een veel modernere stad dan alles wat we tot dusver in India zagen. Er is veel meer hoogbouw dan in Delhi, maar wat nog veel meer opvalt is dat er in de stad geen riksja's en geen koeien zijn, die zijn er verboden.
Het stikt er van de taxis, die dankbaar de plaats van de riksja's hebben ingenomen. De taxis zijn allemaal zwart-gele autootjes van het Indiase merk Premier, een soort oud model FIAT.
Bussen zijn er ook. Heuze Engelse dubbeldekkers.

25 november

Ghandi is ok

Vandaag touren we langs de belangrijkste bezienswaardigheden van Bombay. We zien de geijkte zaken: de Dobi Ghats, Malabhar Hill, Victoria Station, de clock tower (een kleine versie van de Big Ben), de Gateway of India en het Taj Hotel. Verder worden we gewezen op heuvel waar de Towers of Silence staan (niet zichtbaar). De parsi, weer een ander religieus volkje in dit land, laten op deze torens de lichamen van de overledenen aan de gieren. Die zijn inmiddels zo goed gevoed dat ze nog wel eens een stukje vlees laten vallen. Ook begint er een tekort aan gieren te onstaan, zodat de lijken langer blijven liggen.
Een hoogtepuntje is de Mani Bhawan, een huis waar Ghandi ooit lange tijd woonde en nu een Ghandi-museumpje. In een reeks kijkdozen wordt het levensverhaal van Ghandi verteld. Hoewel het er misschien wat knullig uitziet in die kijkdozen, maakt het behoorlijk indruk. Ghandi was wel ok.

Bombay heeft ook een diepzee-aquarium. Hier geen westerse toeristen, enkel Indiase families en een plukje nonnen. Het aquarium stemt niet al te vrolijk, het wordt niet best onderhouden, en veel bakken zijn leeg. De bakken zijn allemaal even groot, of er nou grote of kleine vissen in zitten. Het treurigst is de bak met reuzeschildpadden. Die passen er nauwelijks in. We mogen er niet fotograferen, en misschien is dit wel de reden.

Na de zonsondergang op Chowpatty beach zoeken we een restaurant op. We komen uit bij Mocha. Goede keus, het blijkt dat ze kaasfondue hebben! We zitten buiten op het terras heerlijk te dippen tussen allerlei (rijke) hippe jonge Bombayers die gekleed in strakke spijkerbroeken en dito hempjes aan waterpijpen zitten te lurken. Als toetje nemen we een 'lava-lava'. "Don't say we didn't warn you", staat erbij op de menukaart. Gevaarlijk lekker spul, een brownie drijvend in een mok gevuld met gesmolten pure chocolade. Het is wel een beetje zwaar.

Terug in het hotel gaan we het dak op, om 'Bombay by night' te bekijken. We zijn niet de enigen die dat idee hadden, er is ook een Indiaas stel. Ananda en Narayan zijn een pasgetrouwd koppel uit Dehra Dun in Uttaranchal, noord India. We drinken een kopje koffie met ze. Ananda zit onder de henna-tekeningen. Voor de Indiërs een duidelijk teken dat ze op huwelijksreis zijn. Ze vertellen dat ze de mensen in Bombay niet verstaan, de voertaal is hier niet meer Hindi, maar Marathi.

26 november

Olifant

Bij de Gateway pakken we de boot naar eiland Elephanta, toch al gauw een uurtje varen. De boot meert aan bij de pier, die zo lang is dat men het waard heeft gevonden er een treintje over te laten rijden. Maar de pier is nou ook weer niet zo lang dat wij dat treintje denken nodig te hebben. Vanaf de pier is het nog een pittig klimmetje naar de ingang van Elephanta. Van het pad is een trap gemaakt, met aan weerszijden stalletjes met prullaria voor toeristen. Wie slecht ter been is kan zich in een bamboe draagbaar naar boven laten brengen.
Op de heuvel zijn een paar bijzondere grot-tempels die dateren uit de vijfde tot achtste eeuw. De grootste is gewijd aan Shiva, en daar zijn nog wat beelden van te zien. Die zijn wel een beetje beschadigd, want de Portugezen hebben ze als schietschijf gebruikt. Ook het fallussymbool, een rechtopstaande stenen kroket, wordt nog steeds met veel eerbied benaderd.

27 november

Geen film

Het plan was om een filmpje te pakken, zoals dat eigenlijk hoort in Bollywood. Door een administratief probleempje bij de hotelreceptie duurt het uitchecken helaas een uur langer dan voorzien, waardoor we te laat zijn voor de film. Jammer. In plaats daarvan maken we een stadswandeling door wijken buiten het centrum. Het staat er vol met toch wel oudere appartementengebouwen, een laag of acht hoog, met bij ieder raam een balkonnetje. Tot slot brengt een taxi ons naar café Leopold's aan Colaba Causeway. Het is een mooi restaurant, koloniaal maar wel vervallen, waar we al enige keren hebben ontbeten of geluncht. En de vruchtensappen zijn er ook erg lekker. Een prima plek om even te hangen.

Sinds Bombay officieel Mumbai heet, heet het station geen Victoria Terminus meer, maar Chatrapathi Shivaji Terminus. Die naam is veel te lang, en dus noemt iedereen het CST. De Engelse namen zijn een doorn in het oog van enkele nationalistische partijen in de stad. Toch blijven de meeste mensen Mumbai Bombay noemen.
Als de trein het station binnen komt rollen wordt die, nog voor hij stil staat, bestormd door een meute passagiers voor de tweede klas. Dat er geen mensen onder de trein raken is een wonder. Voor de tweede klas moet je maar hopen dat je een goed plaatsje hebt, en dan kan je maar beter zorgen dat je er vroeg bij bent. Een slaapplaats reserveren blijkt maar weer eens een goed idee.

Naar boven  Volgende