28 november - 2 december

"Everybody goes to Arambol these days."

We hebben tickets tot Margao, maar we besluiten in Pernem uit te stappen, om naar Arambol te gaan. Dat zou een nog niet al te toeristische plaats zijn aan de kust, maar de verzuchting van de Franse Goa-veteraan in onze treincoupé doet vermoeden dat het allengs populairder wordt.
Een motorriksja rijdt ons in drie kwartier naar Arambol, waar we onze intrek nemen in een appartementje van guesthouse Om Ganesh.

Arambol heeft twee baaien, gescheiden door een rotspunt. Het dorp zelf ligt aan de grote baai met een breed en lang strand. De kleine baai aan de andere kant van de rotspunt is iets populairder, al ligt het iets meer afgelegen en zijn er eigenlijk minder strandtentjes. Ons guesthouse is strategisch gesitueerd op de rotspunt, tussen de baaien in. En het restaurantje van Om Ganesh ligt aan een mini-baaitje, waar het aan het eind van de dag nog lekker nazonnen is.

Het uitzicht van het restaurantje maakt het een geweldige plek. Op de rotspunt zit geregeld een ijsvogeltje, dat zo nu en dan het water induikt om een visje te vangen. Als we op een morgen lekker zitten de ontbijten zien we in de verte een shool dolfijnen over elkaar heen buitelen. Nu is het helemaal perfect.

Het avondeten is goed verzorgd in Arambol. Er barst er van de restaurants, met Indiaas en Goaans eten, maar ook veel Italiaans, Israelisch (India is behoorlijk populair bij Israeli's die er na hun diensttijd een periode tussenuit piepen), Chinees en Tibetaans.

"Look something?"

'Look something?', 'Come in my shop', 'Look is free', 'Want drums?'. We zijn op de beroemde vlooienmarkt van Anjuna. Het was oorspronkelijk een markt waar de in Goa verblijvende hippies zelfgemaakte spullen verkochten om maar weer een weekje kamerhuur te kunnen betalen. Nu is het een gemengde markt, de hippies zijn er nog steeds wel, ietsje ouder, maar het grootste deel van de stalletjes is van Indiaase handelaren. En die laten je niet met rust. Misschien is het omdat het seizoen eigenlijk nog beginnen moet en ze dus nog maar weinig verkocht hebben, maar irritant is het wel.

Aan het strand van Anjuna zoeken we een tentje op waar ze lekkere muziek draaien. Anjuna is al veel langer een badplaats dan Arambol, en veel populairder, maar het is nog steeds een klein plaatsje zonder hoogbouw. Het is er beslist niet onaangenaam.

Lourdes

Goa is christelijk, en dat is vooral te merken in het plaatsje Old Goa. Vroeger, toen Goa nog een Portugeze kolonie was, was het even de hoofdstad tot de Portugezen de malaria zat werden en naar Panjim vluchtten. Nu is Old Goa een beetje een rare plaats, want er zijn een paar kerken en dat is het zo'n beetje.

We treffen een Lourdes-achtig trafereel aan. Er is een openlucht-kerkdienst gaande, met luidsprekers en dranghekken. Voor de Sé Cathedral staat een rij, en wij sluiten aan. Terwijl uit de luidsprekers de stichtelijke muziek schalt shuift de rij langzaamaan naar de deur. Binnen blijkt de rij langs een glazen kist te schuifelen, die door de mensen wordt aangeraakt en gekust. Erin ligt het lichaam van Sint Francis Xavier. Zijn resten worden eens in de tien jaar tentoongesteld, dus we hebben geluk. Meneer Xavier ziet er overigens uit als een veenlijk, maar meer mag je ook niet verwachten; de man is al eeuwen dood. Maar goed, er komen grote groepen Indiaase gelovigen op af, enop de markt in het plaatsje is weinig anders te koop dan heiligheden. De St Francis-cult heeft Old Goa in zijn greep.

Naar boven  Volgende