5 december - 8 december

14 uur in de bus

Heel vroeg gaat de wekker, want de bus vertrekt al om kwart voor zeven. We zijn de enige gekken die de hele 14 uur van Gokarna naar Mysore in een oude streekbus gaan zitten. Nou ja, de chauffeur en de conducteur doen dit misschien iedere dag.

Het is een "DeLuxe Bus". Dat is een jaren-70 stadsbus, maar dan met getint glas, en een bagagerek van kunststof. Verder is de bus een beetje hipper geschilderd, parkietgroen voor met een verloop naar kanariegeel achter, met een knalrode bliksem over de gehele lengte. De bankjes zijn gemaakt van een metalen frame met skai-lederen bekleding.

Aanvankelijk is het nog niet eens zo oncomfortabel. Veel beenruimte hebben we niet, en als de er stevig geremd wordt, dan knallen we met de knieschijven tegen het frame van het bankje voor ons, maar de bus heeft driezitsbankjes, waarvan wij er met zijn tweeën één bezetten. En dat is misschien wel ruimer dan zo'n luxe touringcar naar de Franse ski-oorden.

De bus rijdt eerst langs de kust via Udupi, waar de enige andere toerist uitstapt, tot aan Mangalore. Vanaf daar gaan we het binnenland van Karnataka in, langs Madikeri naar Mysore.

Het uitzicht is niet onaardig, langs de kust zien we uiteraard de zee, maar ook rivieren omzoomd door palmbomen, en in het binnenland komen we door een mooi heuvelachtig gebied met rubberplantages.

Bij Madikeri hebben we er al zo'n elf uur opzitten, maar dan hebben we het wel een beetje gehad. In de heuvels zijn meer bochten, en merken we meer dan eerder dat de chauffeur een bruuske rijstijl heeft. Bovendien moet de motor van de bus aardig zijn best doen om het ding de heuvel op te krijgen. Dat gaat niet alleen met veel lawaai gepaard, maar ook met veel stinkende roetwolken uit de uitlaat die door de open ramen naar binnen waaien.
De laatste twee uur zijn helemaal niet meer comfortabel. De bus loopt nu bij iedere halte beetje bij beetje zo vol dat er mensen moeten staan. Onze driezitsbank is nu dus ook volop benut, en dat is dan weer erg krap.

Maar goed dat dit een "DeLuxe Bus" was.

Als we uitstappen zijn we behoorlijk gaar. Het Ritz-hotel, een oud koloniale villa met vier hotelkamers, is helaas vol. En dus stappen we het eerste het beste andere hotel binnen dat door de Rough Guide aangeraden wordt. Helaas blijkt dat behoorlijk luidruchtig te zijn, en met name de zoemer voor de roomservice die op de gang zit doet ons geregeld wakker schrikken. Geen lange nacht, dus.

Mysore

Het paleis van de Maharaja is nog niet eens zo heel erg oud, want het is herbouwd nadat het in 1897 was afgefikt. Het is indrukwekkend groot maar ook protserig, met ijzeren pilaren uit Glasgow, kroonluchters uit België, vloertegels uit Engeland en marmer uit Italië. Jammer dat je er geen foto's mag maken.

Zuidoost van de stad staat een ander paleis, het Lalitha Mahal. Dat is nu een sjiek hotel. We gaan er niet slapen, maar een lunch kan er wel af. We eten in een grote voormalige balzaal, die blauw is als de kartonnen verpakking van halfvolle melk, met witte zuilen en balkonnetjes rondom. Er wordt live gemusiceerd op trommel en citer en we worden bediend door 10 man personeel in kraakwitte bloezen.

Mysore heeft een mooie markt waar ze vooral groenten voor de lokale bevolking en sandalwood voor de toeristen verkopen. De marktkoopmannen maken er een wedstrijdje van wie zijn waar het mooist opstapelen kan - zelfs de wortelen liggen keurig op elkaar. En als we een foto nemen van zo'n stalletje, dan staat de koopman ook meteen trots te glimmen.

En dan is er nog Chammundi Hill, een heuvel iets buiten de stad, met daar bovenop een tempel. Er loopt een trap van onder aan de heuvel tot aan de top, met zo'n duizend treden. Maar ja, die trap loopt dus ook van boven naar beneden. We pakken bus 201 vanaf het busstation en laten ons op de top afzetten. Rond de tempel is een klein marktje met souvenirs en offeranden voor in de tempel. We drinken er een cola bij een stalletje terwijl een aap die probeert bananen te stelen met een lange stok weggejaagd wordt. Dat was vast niet de eerste keer.
We lopen de trap af naar beneden. Halverwege staat een enorm granieten beeld van Nandi, de stier waarop Shiva zich laat vervoeren, naar men zegt. Het beeld is omhangen met bloemenkransen. Tijdens de wandeling zien we verder nog meer apen, maar ook grote geelzwarte spinnen die je vast beter niet aan kunt raken.

Naar boven  Volgende