16 december

Naar Kumily

Zonder het te weten missen we bijna de bus naar Kumily, want die blijkt een kwartier eerder te vertrekken dan ons was verteld toen we telefonisch informeerden. Nu is deze bus niet van de busmaatschappij van Kerala maar van die van Tamil Nadu, dus misschien is het gewoon een andere.

De busreis duurt een uur of zeven. Om de sleur te breken wordt halverwege een oude Indiaase zwart/wit film gestart. Indiërs zijn allemaal doof, of dat worden ze nog, want wat zetten ze het geluid toch altijd hard.

Vrij snel kiezen we een guesthouse, Green Garden Cottages, en gaan dan een broodje eten in het Pepper Garden Coffee House. We hebben inmiddels een gids geregeld voor een tour door het natuurgebied de volgende morgen, maar de eigenaar van het koffiehuisje zegt ons dat die gids een charlatan is.

17 december

Volg de olifantenpoep

Voor zonsopgang lopen we al met onze gids naar het Periyar Wildlife Sanctuary. Bij de ingang krijgt een mannetje wat steekpenningen, en we zijn binnen. Drie uur lopen we door het woud, een spoor van olifantenpoep volgend. We zien niks bijzonders, behalve een Giangt Malabar Squirl, een eekhoorn zo groot als een kat. De gids ziet een drietal bisons, maar wij niet. Of dat nou is omdat hij steeds zo'n 15 meter voor ons loopt, of omdat hij dingen ziet die er gewoon niet zijn blijft voor ons onduidelijk. Wel zien we nog een tijgerspin, een stel apen en wat vogels. De twee bloedzuigers die onderweg monsters van ons hebben afgenomen, hebben we echter helemaal gemist.

De man van het koffiehuisje had gelijk. Het woud waar wij doorheen gingen was hoogstwaarschijnlijk niet het park, maar het bos van Tamil Nadu, en het hek was niet de ingang maar de grensovergang.

18 december

Op zoek naar de Hornbill

En alweer vroeg op, nu om de eerste boot over het meer van het natuurpark te pakken. Bij de ingang van het park is een Engels stel stennis aan het schoppen. Zij zijn van mening dat ze al een entreekaartje hadden gekocht toen ze de vorige dag een tour door het park deden. Vermoedelijk zijn ze gewoon genept, maar dat willen ze niet horen.
Bij de boot stellen we ons strategisch op bij het hek, en komen daarom als eersten aan bij de steiger. We zullen echter nog even moeten wachten voor we de boot op mogen.
Het is weekend. De verwachting is dat het behoorlijk druk zal zijn op de boot. Als je midden op het dek komt te zitten, dan zie je niet half zo veel. Om diezelfde reden hebben we kaartjes voor het iets duurdere bovendek gekocht.
Als de rij achter ons een beetje gegroeid is wordt ons verteld dat er twee rijen moeten worden gemaakt: één voor het benedendek, en één voor het bovendek. Na het herschikken staan we ineens achter een zeskoppige Indiaase familie. Het Engelse stel dat bij de ingang de dag slecht begon, is nog verder teruggeworpen, en zijn nu kansloos op een plek op de voorste rij. Het meisje van het stel is daar duidelijk niet over te spreken, en begint op luide toon de Indiaase mensen in de rij uit te schelden.
Kaartjes worden in dit land altijd drie keer gecontroleerd, en dus moet bij het betreden van de boot het kaartje opnieuw getoond worden. De familie voor ons draalt een seconde te lang, zodat wij er net langs kunnen floepen, en zo als eerste op de boot de beste plaatsen voor het uitzoeken hebben. De familie neemt de overige zes plaatsen in op de voorste rij. Op rij twee komt het Engelse stel. Hij neemt plaats aan de zijkant, en zij gaat mokkend in het midden zitten. De twee stoelen tussen hen in blijven de rest van de tocht vrij. Het is een genante vertoning. Ze blijft boos, en schopt geregeld tegen de stoel van de Indiër voor haar. Haar vent, die haar zo nu en dan vermandend toespreekt, weet niet waar hij kijken moet van schaamte.

Het meer ligt er prachtig bij in de ochtendmist. Stammen van bomen steken spookachtig uit het water, als in een schilderij van Dali. Het is een stuwmeer, en de stammen die we zien zijn de resten van het woud dat er ooit stond. Nu doen de bomen vooral dienst als fundering voor aalscholvernesten.

We varen langs de oevers van het meer. Er varen nog wat meer boten rond, en die gaan met zijn allen tegelijk op dezelfde oever af als kennelijk over de intercom gemeld is dat daar een kudde bisons te zien is. Daarnaast zien we een paar zwijnen, maar daar blijft het bij. We hadden erg gehoopt hier de Big Hornbill te zien, een hele grote vogel met een bijzondere snavel. Een Duits stel dat we eerder spraken had hem gezien tijdens hun vaart, maar voor ons zit het er niet in. Toch is de bootreis het vroege opstaan dubbel en dwars waard.

De immer vriendelijke eigenaar van het Pepper Garden Coffeehouse is onze gids voor de middag. Hij brengt ons langs de organische tuin van zijn schoonouders, waar we peper, kardammom, kurkuma, koffie en enkele andere kruiden en produkten zien groeien. Hij legt ons ook uit wat er allemaal met de kruiden gebeuren moet voor ze verkocht kunnen worden.
Na de tuin gaan we langs bij een theefabriek. Hier maken ze thee zoals de Indiërs dat graag zien, zeer fijn gemalen. Dat werkt als een soort instant-thee: je schept er wat van in een kopje en je schenkt er hete melk (of water) overheen. Thee trekken van de bladeren, dat vinden ze hier maar niks.

Naar boven  Volgende