25 december (Eerste Kerstdag)

Stilte voor de golf

We gaan met de bus van Pondicherry naar Mammalapuram. Daar nemen we een kamer in Tina Blue View Lodge, op zo'n vijftig meter van het strand. De kamer is miniscuul, we passen er maar net in. Omdat ons wordt beloofd dat we de volgende dag naar een grotere kamer kunnen verhuizen, besluiten we deze toch maar te nemen.
De guesthouses aan het strand zien er overigens best aardig uit. Als we niet al vanuit Pondicherry ons guesthouse hadden gereserveerd, dan hadden we er nu vast eentje aan het strand gekozen.

Het strand van Mammalapuram valt ons een beetje tegen. Het is beslist geen strand waar je als toerist even gaat liggen zonnen. Doe je dat wel, dan heb je meteen veel bekijks van de plaatstelijke bevolking, waarvan het armste deel op het strand woont. Voor die mensen is er ook een soort van open riool aangebracht op het strand, maar het is niet gezegd dat ze alleen daar hun behoefte doen. Tijdens onze wandeling langs de vloedlijn trappen we allebei een keer in de poep. Mooi zijn de rijk beschilderde vissersbootjes op het strand.

Ons kerstdiner houden we in het restaurant van Blue View zelf. Anja kiest de Aloo Gobi, en Eelco neemt een vis. De uitbater van het restaurant is heel tevreden over de vis, en dat laat hij merken. Over de smaak valt te twisten, maar als zo'n vis met zoveel trots wordt opgediend, dan is de bediening puik.

26 december (Tweede Kerstdag)

De tsunami

We slapen weer eens uit. Er is iets gaande buiten, maar we slaan er niet veel acht op. Het klinkt als hysterisch geschreeuw. Om een uur of tien gaat Eelco eens vragen of de andere kamer al vrij is, maar er is niemand in de lodge. Bij het hek zegt iemand dat we maar beter kunnen vertrekken, want de zee doet raar. De golven zijn abnormaal hoog. Het water blijkt tot een meter of twintig van onze, wat hoger gelegen, lodge gekomen te zijn. Een brommer komt toeterend langs met een vrouw liggend op de schoot van de passagier. Ze heeft schuim rondom haar mond, duidelijk een drenkelinge.

Dan is er ineens paniek. Iedereen rent weg van de zee. Eelco, kuddedier, rent ook. Naar Anja. 'We moeten hier weg!', roept hij een paar keer, maar Anja snapt daar natuurlijk niks van. Na iets meer uitleg pakken we in om weg te gaan, maar we weten eigenlijk niet goed waarheen. We beginnen weer te twijfelen, en gaan eerst nog even naar buiten, om nog eens te kijken wat er aan de hand is.

Het wordt ons duidelijk dat een paar enorme golven het strand op zijn gekomen, en dat daar wel eens doden bij gevallen kunnen zijn. Een aardbeving in Indonesië, horen we, iemand anders heeft het weer over een aardbeving in Madras. Maar het blijft allemaal wat vaag, en we twijfelen weer of we wel echt weg moeten.

Terug bij onze kamer treffen we een Nederlands stel. Zij hadden een kamer in een guesthouse aan het strand, zo'n kamer waarvan wij de vorige dag nog hadden gezegd dat die ons toch ook wel erg leuk leek. Ze zijn in hun slaap verrast, en bijna meegesleurd door het water. Ze zitten onder de schrammen en blauwe plekken, en zijn bijna alles kwijt want de meeste spullen zijn weggespoeld. De kleren die ze dragen hebben ze kunnen lenen, en hij loopt op een paar adidasschoenen, de ene wit, de ander zwart. Het stel zit trillend met een kopje thee even bij te komen in onze lodge, maar al snel besluiten ze dat ze hier toch echt weg willen.

Wij gaan ook, maar weten, net als de rest, niet waarheen. Maar dat we weg van de zee moeten, dat is duidelijk, misschien komen er nog hogere golven. Bij de hoofdweg houden we weer even stil. Het is onderhand wel duidelijk dat er geen reguliere bussen rijden om ons ergens heen te brengen. Er komt een brommer langs. 'The sea is coming, the sea is coming!', roepen de mannen erop. Iedereen pakt zijn spullen en rent de volgende straat in. Daar staan nog een paar bussen, en we weten de eerste de beste binnen te duiken.

In de bus worden we vriendelijk ontvangen door een gezelschap uit Madras, dat de bus had afgehuurd om te picknicken in Mamallapuram. De bus brengt ons naar Chengalpatty, zo'n twintig kilometer het binnenland in. Langs de gehele route zien we mensen lopen, op de vlucht voor het water.
In Chengalpatty zoeken we een internetcafé, om onze honger naar informatie te stillen. Helaas is het enige internetcafé van het stadje dicht. Dan maar naar het station, waar een tiental andere toeristen te vinden is. Iedereen lijkt een andere kant op te gaan. Sommigen gaan naar Trichy of Madurai, iemand wil naar Pondicherry, en een eenzame angstige ietwat ongelukkig ogende jonge vrouw wil naar een ashram en zoekt reisgenoten. Het blijkt haar eerste dag in India...

We kopen een treinkaartje naar Madras. Volgens de eerste berichten is het daar veilig. (Later zal blijken dat ook Madras zwaar getroffen is, en dat daar twee kerncentrales zijn stopgezet omdat zeewater bij het koelwater was gekomen. Het is maar wat je veilig noemt.)
Als we de deur van onze hotelkamer in Madras openen, gaat onze 06 af. Het is de vader van Eelco. De familie in Nederland blijkt enorm ongerust. Tot dat moment denken wij zelf eigenlijk alleen nog aan een heel lokaal probleem voor Mamallapuram, maar nu horen we dat men in Europa al spreekt van 1000 doden in India. De ernst dringt nu pas echt een beetje tot ons door.

We lunchen in Café Coffee Day. Ondanks de ramp die zich heeft afgespeeld in India staat de televisie hier afgestemd op, hoe kan het eigenlijk ook anders, cricket. Voor ons onbegrijpelijk. We duiken een internetcafé in. De berichten worden almaar slechter, het dodental loopt hard op en ook in Madras zelf zjin er al duizend te betreuren door een weggespoelde sloppenwijk.

Een aardbeving in Atjeh heeft een tsunami veroorzaakt die langs de kust van Birma tot aan Sri Lanka voor ellende heeft gezorgd.

We sturen onze familie en vrienden maar even een mail dat wij OK zijn, maar helaas hebben we Anja's ouders nog steeds niet telefonisch kunnen bereiken, want het gsm-netwerk ligt een beetje plat. Dat lukt pas later op de avond, als wij zelf gebeld worden door Anja's ouders.

27 december

De Andaman uit ons hoofd gezet

Eén van de zwaarst getroffen gebieden van India is de groep eilanden van Andaman en Nicobar. Daar hadden wij onze reis naar India paradijselijk willen afsluiten, maar we moeten dat uit ons hoofd zetten. We besluiten terug naar Goa te gaan, en boeken onze vliegtickets om. Daar worden we wel wat sip van, maar we mogen niet klagen.

28 december

Via Bangalore

Omdat de vluchten naar Goa al helemaal volgeboekt zijn, hebben we voor de heenreis een ticket naar Bangalore. Daar proberen we nogmaals een vlucht naar Goa te regelen, maar er is geen plaatsje vrij gekomen. Jammer, maar het wordt lastig om snel naar Goa te komen.
Op het vliegveld blijkt ook een loket van de spoorwegen te zitten. We besluiten te proberen naar Hampi te gaan. Daarvoor moeten we met de trein naar Hospet, maar het is niet meer mogelijk plaatsen te reserveren. Ook nu blijkt echter weer dat er nog wel slaapplaatsen zijn voor het traject Bangalore - Ubli, het eindstation van de trein. Dat kost ons 300 Rs extra, maar ach, wat zou het. Het idee om de volgende dag al in Hampi te zijn stemt ons helemaal vrolijk.

De trein vertrekt pas laat in de avond. We proberen daarom een hotelkamer te regelen voor de dag, zodat we een honk hebben. Dat lukt helaas niet. Bij hotel Adora, het laatste dat we proberen duiken we dan maar het volle restaurant in. Waar we aanschuiven bij een Duits stel. We worden enthousiast begroet door een Zwitsers/Italiaanse stel ernaast, dat ons herkent van het station in Chengalpatty op tweede kerstdag. Stof genoeg om over te praten. Het eten is er overigens best lekker. Anja's favoriete gerecht Dum Aloo staat ook hier weer op de kaart, en smaakt uitstekend.

In Bangalore hebben we weinig puf om erg veel te doen. We doden de tijd in internetcafé's, restauraties en het station. Pas om half tien kunnen we de trein in.

Naar boven  Volgende