2 januari - 6 januari

Weerzien met Arambol

Om acht uur 's ochtends worden we afgezet in Panjim. Daar pakken we een taxi naar Arambol, waar we weer bij Om Ganesh een kamer nemen, met een beetje geluk want er zijn er niet veel meer vrij. We zitten nu iets hoger op de rots, en iets verder richting de kleine baai.

De rots doet tevens dienst als kokosplantage. Die was er vermoedelijk eerst, want de kokosboer die de kokosnoten uit de boom haalt trekt zich weinig aan van de huisjes eronder. Hij laat de kokosnoten er gewoon bovenop vallen. Gelukkig doet hij dat niet bij ons, maar bij het huisje net onder ons op de rots. Het stel dat erin zit wordt laaiend. Dat is niet zo gek, want je schrikt je het leplazarus als zo'n noot op je dak valt. Helemaal als de scherven van de dakpannen dan ook nog eens in het rond vliegen, in het huisje en op hun bed. We kijken het allemaal aan vanaf onze veranda. Een beetje vermakelijk is het tafereel wel.

Als Eelco laat op de avond nog even een boekje leest op de veranda, komt over het smalle, lastige paadje een koe helemaal naar boven lopen. En daar, vlak voor onze veranda, gaat ze er eens even lekker bij liggen. Het is een gezelschapskoe.

Kortom, we genieten weer volop van Arambol en Goa. We maken nog een uitstapje naar Panjim, dat een heel aardig stadje blijkt. De Portugeze invloeden zijn er overduidelijk aanwezig.

7 januari - 9 januari

De reis terug

Op vrijdag laten we ons door een taxi naar het vliegveld van Goa brengen. Daarvandaan vliegen we naar Bangalore, waar we moeten overstappen op de vlucht naar Madras.

In Madras hebben we nog de gehele zaterdag. De vorige keer vonden we de stad niet geweldig, en ook nu zijn we niet heel erg enthousiast over Chennai, maar dit keer vinden we wel een wijk die wat meer te bieden heeft, waaronder een aardige markt.

We moeten drie uur vantevoren aanwezig zijn op het vliegveld. Dat betekent dat we ons om 01:00 moeten melden. Er staat dan al een enorme rij, en die blijkt niet op te schieten. Er is een storing in het computersysteem van de luchthaven. Als gevolg daarvan staan we uren in de rij. Pas tegen vieren stappen we het vliegtuig in, maar de rij achter ons is dan nog heel lang. Het is een uur of zeven als we eindelijk vetrekken.

En dan is onze reis echt afgelopen, de tien weken zijn voorbij. Het was te kort, want we zijn nog lang niet klaar met het land. Eén ding weten we zeker: we gaan nog een keer terug. We kijken er nu al naar uit.

Naar boven